Wedden om je leven() Er zijn nog lezers die geloven dat de beste literatuur voortkomt uit tegenslag en misere. Een goed debuut moet eerst door tientallen uitgevers worden afgewezen. Schrijvers krijgen de beste ideeën op een tochtig zolderkamertje, en wanneer erkenning en succes eenmaal komen, duurt het niet lang meer of er komt alleen nog rommel uit hun handen. Deze zolderkamerromantiek is niet lang vol te houden als je kijkt naar de jonge Amerikaanse schrijver David Benioff, wiens nieuwe roman, Stad der dieven,onlangs in ons land verscheen. Benioff is alleen maar beter gaan schrijven naarmate het hem voor de wind ging. Vanaf het begin schreef Benioff naast literatuur ook filmscripts, want deze zoon van een bankdirecteurhad geen zin om op een houtje te bijten. Toen zijn eerste roman, Het 25ste uur, was verschenen, maakte hij er zelf een filmscript van dat door Spike Lee werd verfilmd. Sinds het megasucces van de historische draak Troy kan Benioff twee miljoen dollar vragen voor een script, zoals bij De vliegeraar. Dezer dagen komt Wolverine uit, een film over ‘gemuteerde superhelden’ die Benioff samen met acteur Hugh Jackman bedacht.
Hollywood is het eindpunt van menige schrijverscarrière geweest. Waarom zou je zwoegen op een roman van vierhonderd pagina’s wanneer je een veelvoud verdient met een script dat hooguit 120 pagina’s telt? Toch is Benioff de literatuur trouw gebleven, en misschien komt dat doordat de literatuur voor hem ook de vrucht van ambacht en discipline is. Hij gaat niet op een terrasje op inspiratie zitten wachten. Literatuur is niet noodzakelijk beter dan film, alleen anders.
Voor zijn tweede roman, City of Thieves, grijpt Benioff terug op het verhaal van zijn grootouders van moederskant, wier naam hij heeft aangenomen. Benioffs grootvader Lev was een tiener tijdens de Duitse blokkade van Leningrad, een bijna negenhonderd dagen durende beproeving waarbij naar schatting een miljoen burgers omkwamen, van honger, door bevriezing of door wapengeweld. Hitler had zich voorgenomen Leningrad te veroveren (hij had al uitnodigingen voor het overwinningsfeest laten drukken), en toen het niet lukte, moest er in elk geval maximale schade worden aangericht. De bevolking werd uitgehongerd en gek gemaakt met nachtelijke bombardementen.
Leo, de hoofdpersoon van Stad der dieven, is net zeventien wanneer de eerste winter van de blokkade inzet. Hij is klein van gestalte. Het enige dat fors aan hem is, is zijn karikaturale jodenneus. Als de Duitsers de stad in handen krijgen, maakt hij met zo’n neus geen kans. Zijn moeder en zusje zijn al uit de stad geëvacueerd, maar Leo wil ‘Piter,’ zijn stad, verdedigen. Hij blijft, terwijl op straat de bevroren lijken zich opstapelen en iedereen dag en nacht de stad afschuimt voor een korst brood.
Stad der dieven is geen historische roman. Op geen moment krijgen wij tussen de regels informatie toegeschoven die ons overzicht op de oorlogssituatie geeft, want Leo weet ook niet wat er buiten zijn gezichtsveld allemaal aan de hand is. Het leven onder Stalin is absurd (Leo's vader is opgepakt en verdwenen omdat hij een poëziebundel had geschreven die niet goed viel), en het Duitse beleg verhevigt die absurditeit alleen maar. Wanneer Leo wordt betrapt met een heupflacon schnapps van een dode Duitse parachutist wordthij in de dodencel gesmeten, want alles van de vijand is staatseigendom. Hij krijgt al snel gezelschap van een opmerkelijk zorgeloze deserteur die graag over de literatuur praat.
De volgende dag wordt het tweetal voor de commandant gebracht, die besluit hen nog niet te laten afschieten. Dat kan altijd nog. Eerst krijgen ze een ontbijt zoals ze sinds het begin van de blokkade niet meer hebben gezien, en ze krijgen de kans hun eigen leven te redden. Want de commandant heeft een probleem. Zijn dochter trouwt over een week. Ondanks het beleg wordt de bruiloft in grootse stijl gevierd, er ontbreekt alleen één ingredient voor de bruiloftstaart. In heel Leningrad zijn geen kippen meer tevinden, laat staan eieren. Als de twee jongemannen een dozijn eieren weten tevinden zijn ze vrij.
Wedden om je leven. Het is één van de simpelste plotmechanismen, maar Benioff laat zien dat simpel niet altijd fout hoeft te zijn. Aan deze scene kun je zien waarom Benioff een van de bestbetaalde scenarioschrijvers van zijn generatie is. Alles klopt. De dialoog knispert en de setting is ijzersterk: twee jongemannen die elkaar voor het eerst in het daglicht zien en de gebutste commandant die hen tot elkaar veroordeelt. Alleen samen maken ze een kans. Ondertussen draait buiten de dochter van de commandant pirouettes op het ijs, gehuld in vossenbont, het zinnebeeld van de vrijheid.
Benioff is een vakman die een verhaal een goed stel benen weet te geven. Daarom verhoogt hij tegen het einde de inzet nog eens met een nieuwe weddenschap, wanneer Leo tegen een Duitser moet schaken voor zijn leven (en een dozijn eieren). Benioffs grootste troef is echter de metgezel die Leo op zijn tocht meekrijgt. Kolja is een vrouwenversierder die in veel opzichten Leo's totale tegenpool is. Zo hoort het sinds Don Quixote en Sancho Panza eropuit trokken. Kolja is een handige man van de praktijk maar ook een kletsmajoor die de godganse dag over zijn seksuele avonturen loopt te praten, al dan niet gefantaseerd. Leo durft amper een meisje aan te kijken en hij heeft nog nooit de trekker van een vuurwapen overgehaald. Zo wordt de barre tocht door eindeloze sneeuwvlakten, platgebrande dorpjes en langs een bordeel-annex-boerderij uiteindelijk voor Leo een reis waar hij ontdekt wat de liefde is. Weliswaar is hij aan het eind van hun avontuur nog steeds maagd, maar hij weet nu tenminstewat er tussen mannen en vrouwen gebeurt. En hij heeft ook de heldendaad verricht die een man van hem maakt.
Een slot met een traan. Je kunt al horen hoe City of Thieves in Hollywood als geheide succesfilm aan de man wordt gebracht: coming-of-age-verhaal, buddy movie, road movie, oorlogsavontuur, en dat alles voor één prijs. Het zijn allemaal manieren waarop Benioff de lezer in zijn greep heeft, en zijn greep is zeker. En toch zal het boek altijd beter blijvendan de film, want Benioff doet wel een beroep op onze gevoelens, maar blijft altijd ingetogen. Het wordt nergens een drama, en dat zal bij een verfilming wel anders lopen.
Als er één element is dat Stad der dieven literatuur maakt, ondanks alle handreikingen aan Hollywood, is het wel die luchtigheid. Stad der dieven speelt zich af tijdens een van de absolute dieptepunten in de geschiedenis van de mensheid. De lezer struikelt over de uitgemergelde lijken en de vuurgevechten liegen er ook niet om. En toch blijft het een vrolijk verhaal van twee montere jongemannen die al redetwistend en vuilbekkend door de sneeuw ploeteren. Dat is een kunstje dat maar weinig schrijvers ons flikken.