Dansen terwijl de tijd stil staat: over Sleeping Beauty ()
Peter Wrights versie van Sleeping Beauty (De schone slaapster) staat al zolang op het repertoire van Het Nationale Ballet (HNB) dat ze in Nederland wordt beschouwd als de standaardversie van dit ballet. Provinciale Russische gezelschappen die Nederland op hun oneindige tournees aandoen, voeren meestal De Notenkraker op, Het zwanenmeer of Giselle, maar nooit Sleeping Beauty, want zo’n voorstelling zou geen kans maken tegenover de pracht van HNB’s versie. Het is ten slotte The en niet A Sleeping Beauty. Ik herinner me nog hoe HNB’s artistiek directeur Ted Brandsen het in een dankwoord tegen Wright had over diens ‘splendiferous’ productie en zo lijkt iedereen erover te denken, want er wordt altijd geapplaudisseerd wanneer het doek opgaat voor de laatste acte in de gouden paleiszaal.
Wrights The Sleeping Beauty is een van de meest succesvolle versies die ons ter beschikking staan, en een van de weinige versies met een redelijke hoeveelheid mime. In de loop van de twintigste eeuw waren de mimepassages er in de meeste versies uitgehaald, zowel in de Sovjet Unie als in het westen, want waarom zou je iets met gebarentaal zeggen als je het kunt dansen? Het grootste probleem bij elke moderne versie van dit ultieme klassieke ballet is dat Sleeping Beauty een verhalend ballet is zonder verhaal of dramatisch conflict. Het kleine beetje verhaal dat er is, inclusief de goede afloop, wordt al meteen voorspeld door de Seringenfee, de belichaming van de harmonie.
Eén van de redenen waarom Sleeping Beauty zo’n fascinatie op ons uitoefent is dat het een verhaal is over wat er gebeurt wanneer de tijd stilstaat. Het is heel moeilijk om van de hoofdrol Aurora een succes te maken omdat er zulke hoge technische eisen verscholen zitten in het Rozenadagio. Maar waar veel danseressen uiteindelijk over struikelen is dat je in deze rol drie keer een andere zestienjarig prinsesje moet zijn. In de eerste acte is Aurora het verlegen, maar ook uitgelaten middelpunt van het verjaardagsfeest. In de tweede acte is ze het immateriële meisje dat haar prins aantrekt en ontwijkt tot hij het kasteel heeft gevonden. En in de derde acte is ze de ontwaakte bruid die klaar is om de erflijn voort te zetten.
Een ballet waarin de tijd wordt stilgezet: het is het klassieke ideaal. En toch is Sleeping Beauty een duidelijk product van zijn tijd. Tsjaikovski en Petipa kregen de opdracht dit ballet te maken in een tijd dat de Russische theaterwereld in beroering was. Tot diep in de jaren tachtig van de negentiende eeuw vielen alle culturele evenementen, van opera tot banale hondenrennen, onder het tsaristische overheidsgezag. Het Marijinskitheater in St Petersburg en het Bolsjoi in Moskou waren staatsmonopolies met hun keizerlijke loges. Pas onder de een-na-laatste tsaar, Alexander III, werd dit monopolie voorzichtig geliberaliseerd. Even leek zich een vrije markt af te tekenen, waarin het hoftheater zich moest verweren tegen de commercie.
Het nieuwe commerciële theater had geen revolutionaire plannen. Volle zalen was het oogmerk, en daarom werd eerst de Italiaanse diva Virginia Zucchi naar St Petersburg gehaald, want zij had eerder veel succes geoogst in melodramatische stukken als Esmeralda (gebaseerd op Victor Hugo’s Notre Dame de Paris) waarin een danseresje een dichter van de doodstraf redt, maar zelf uiteindelijk op het schavot belandt. Zucchi bracht niet alleen Italiaans melodrama naar St Petersburg. Ze was ook een van de eerste ballerina’s die 32 fouettées tot een goed einde wist te brengen. En ze trad op in kortere rokken dan voorheen in Rusland waren gezien. Ze was de ster van de jaren tachtig.
Sleeping Beauty moest het antwoord zijn op de goddelijke Zucchi. In de biografieën wordt Tsjaikovski altijd afgeschilderd als een gekweld man, altijd op de rand van een depressie, en de reactie van de tsaar na de generale repetitie van Sleeping Beauty (‘heel aardig’) zou de componist hebben gekwetst. Maar misschien verwachtte de tsaar een stuk dat kon concurreren met het melodrama van het nieuwe theater. Componist en choreograaf hadden daarentegen gekozen voor het hoogste artistieke niveau, met de mooiste muziek die ooit voor een ballet was geschreven, prachtige decors en, vooruit, een Italiaanse danseres wier naam, Carlotta Brianza, nog steeds bekend is omdat ze in de eerste Sleeping Beauty danste.
Het kreng in ieder prinsesje
Er zijn verschillende redenen waarom Sleeping Beauty een van de grote overlevers is in het balletrepertoire (Esmeralda wordt in Rusland trouwens ook nog gedanst). De muziek behoort tot de beste die Tsjaikovksi heeft geschreven, en ook Petipa werkte op de toppen van zijn kunnen. Maar uiteindelijk is Sleeping Beauty in vrij ongeschonden vorm blijven bestaan omdat het stuk zo sterk inspeelt op onze fantasieën. We hebben Sleeping Beauty nodig en het is moeilijk ons voor te stellen hoe mensen leefden voor het bestond. Alexander Benois, die later decors ontwierp voor Diaghilevs Ballets Russes, woonde als jongeman de première bij, en vertelt in zijn memoires hoe de voorstelling hem in een roes van ‘passéisme’ bracht zodat hij elke avond opnieuw ging kijken, alsof hij zo de tijd kon stilzetten.
Sleeping Beauty gaat niet alleen over mooie dingen als generositeit en evenwicht. Het gaat ook over de moorddadige fantasieën die schoonheid oproept. In Amerika zijn er vast al postmoderne, academische artikelen geschreven die Sleeping Beauty ontmaskeren als één grote verkrachtingsfantasie, maar in St Petersburg rouleren er al sinds mensenheugenis scabreuze grappen over Aurora en haar vier jonkers. Sleeping Beauty is het ultieme ballerina-ballet omdat het appelleert aan het kreng dat in ieder prinsesje schuilt. Het meisje dat niet van plan is om op te staan voor alles precies naar haar zin is. Ook al duurt het honderd jaar.
Wright’s versie zet deze duistere aspecten nog wat aan door het conflict tussen goed en kwaad - de Seringenfee en de boze fee Carabosse - te verlengen tot in het tweede bedrijf. In de jaren tachtig, toen Wright’s versie nog nieuw was konden critici daar erg boos om worden, en Arlene Croce gaf haar recensie in The New Yorker de titel ‘Mr Wrong.’ Zij kon op dat moment ook niet weten dat de andere grote producties na die van Wright er nog meer naast zouden zitten, zoals die van Nurejev in Parijs.
De rol van de Seringenfee is altijd een probleem geweest. In de ene productie danst ze op spitzen, in andere producties loopt ze op hakjes en staat ze aan de zijlijn als er echt wordt gedanst. Wright heeft voor de hakjes gekozen en zijn Seringenfee uit zich alleen in mime. Dat dit niet zo’n goed idee is, blijkt al voor ze zich op het toneel heeft vertoond. De grote valse noble in de proloog is oorspronkelijk een sleutelmoment voor de Seringenfee, waarin ze laat zien wat ze als danseres in huis heeft. In veel moderne versies neemt een andere fee deze wals voor haar rekening, een figuur die we de rest van de avond niet meer terugzien, terwijl deze solo oorspronkelijk het fundament vormde voor het gezag van de Seringenfee. Ze is wijs en goed, maar ze kan ook veel beter dansen die alle anderen die we tot dan toe hebben gezien. In het vocabulair van Sleeping Beauty betekent dit dat ze ondanks haar moeilijke passen perfect haar evenwicht houdt.
De verwarring over de rol van de Seringenfee dateert al van honderd jaar terug. De eerste Seringenfee werd gedanst door Marie Petipa, de statige dochter van de choreograaf. Boze tongen beweerden dat ze niet zo’n geweldige danseres was, maar ze was de dochter van de baas. Uit de oorspronkelijke aantekeningen blijkt echter dat Marie Petipa in de proloog wel degelijk op spitzen danste, alleen onderging haar materiaal het lot van veel balletten. Zodra een jongere generatie haar rol overnam, werd de choreografie aangepast aan de eisen en mogelijkheden van de tijd. De solo met de virtuoze sissonnes en pirouettes stamt niet uit 1890 maar uit de eerste jaren van de twintigste eeuw. En nog steeds zijn er maar weinig danseressen die hem haarzuiver weten te krijgen.
Zo’n kwestie tekent het probleem van het klassieke ballet. Iedereen maakt zich druk over het behoud van de originele choreografie. Alleen weet niemand wat de originele choreografie nu precies is. Zo heet het Rozenadagio ongecorrumpeerd te zijn overgeleverd, net als de Hongaaarse finale van Raymonda, Petipa’s volgende en laatste grote ballet. En toch danst geen gezelschap hetzelfde Rozenadagio, al herkennen we de solo’s en de kwieke intermezzi als ‘echt’ Petipa. Er is veel voor te zeggen dat ‘Petipa’ een grammatica is waarmee medewerkers van de meester in de jaren rond de eeuwwisseling overtuigend omgingen. Choreografie is ten slotte geen werk dat je in je eentje doet. Een choreografie ontstaat altijd in de studio, in samenwerking met de dansers, en tot en met Balanchine werden balletten ook vaak aangepast wanneer er een nieuwe bezetting aantrad. In het klassieke ballet noemen we de solo’s variaties omdat ze per danser konden variëren. Marie Petipa had haar variatie op de valse noble van de Seringenfee, en haar opvolger had haar eigen variatie op dezelfde muziek.
Het verkeerde duet
De kunst om materiaal in de stijl van Petipa te creëeren is allang verloren gegaan. Het lijkt zo eenvoudig. De passen zijn bekend, en het moet niet onmogelijk zijn om het juiste ritme in de afwisseling van solowerk en ensemble, adagio en allegro te benaderen. En toch is er vrijwel niemand die Petipa’s vanzelfsprekende en virtuoze zinsbouw nog beheerst. Choreografen van nu hebben ook geen zin om binnen de beperkingen van een oude stijl te werken. Maar ook restauratie-choreografen zoals Wright, Anne-Marie Holmes en Pierre Lacotte lukt het maar net om een avond lang de stijl van Petipa trouw te blijven.
Wright’s reconstructiekunst bereikt haar hoogtepunt in de Visoenscène, precies in het midden tussen het spectaculaire Rozenadagio en de grote pas-de-deux in de finale. De Visioenscène is een zwanenmeerachtige witte akt in het midden van Sleeping Beauty, waarin de Seringenfee de melancholieke prins en de prinses-in-coma samenbrengt. In het kasteel ligt de prinses te slapen, jarenlang, maar in het bos laat de fee de prins een droombeeld van haar zien, dansend in het maanlicht. Ze wenkt hem en ze ontwijkt hem. De fee maant hem geduld te hebben, want hij moet naar het kasteel als hij de prinses wil redden.
Het ziet eruit als perfecte Petipa, maar wat er oorspronkelijk gebeurde op de muziek met de fluitsolo is verre van duidelijk. Het is een van de plekken in het stuk waar alle versies proberen een hoogtepunt te bereiken, maar in sommige gevallen wordt het een dieptepunt. Zo kunnen we bij de eindeloze solo die Nurejevs prins in afwachting van Aurora danst alleen maar blij zijn dat zij niet ziet wat wij zien, want op zo’n ijdele bruidegom ga je geen honderd jaar wachten. In sommige versies danst de prins eerst een duet met de fee, wat ons het gevoel geeft dat er nog iets moois tussen hen kan groeien, want we zijn geconditioneerd om zo tegen een pas-de-deux aan te kijken.
Er is aanleiding te denken dat in de oorspronkelijke Beauty ook zo’n duet voorkomt, en toch houdt Wright vast aan zijn idée fixe van de Seringenfee als mime-rol. De vrouw die nooit danst, want daar is ze te belangrijk voor. Het is een theorie. Meer niet. Ondertussen werkt die theorie hier schitterend, met de fee als rustige spil waar de prins en prinses omheen draaien tot ze het zonder haar afkunnen.
Wright respecteert Petipa’s structuur van drie grote momenten voor de soliste, één in ieder bedrijf. Alleen vond hij het nodig in een extra duet zijn eigen zegel op Sleeping Beauty te zetten. De prins heeft het kasteel gevonden, Aurora wakker gekust (al moest de Seringenfee het eerst wel voordoen), het hele hof is ontwaakt en en de prins is aan Aurora’s ouders voorgesteld. En dan staat het paar alleen op het toneel voor een duet dat niet alleen moderner is van ritme en techniek dan de rest van het ballet. Het hele idee van dit duet is verkeerd. Verder is er geen moment dat Aurora en haar prins alleen op het toneel staan. Er zijn altijd anderen. Dat is het hele punt van Sleeping Beauty, waar de romantische liefde alleen maar een dekmantel is voor de voortzetting van de erflijn.
Wright lijkt even Sleeping Beauty te verwisselen voor Romeo & Julia waar de geliefden een clandestiene liefdesnacht alleen doorbrengen, en die met hun leven bekopen. Sleeping Beauty was echter geschreven ter verheerlijking van de tsaar, die middels muziek en beeldtaal wordt vergeleken met le roi soleil, wat het misschien extra kwetsend maakte dat de tsaar er zo lauw op reageerde.
Symbool van onverzettelijkheid
Het is de vraag of Sleeping Beauty ooit gewoon een kostelijke avond vermaak is geweest, net als de meeste balletten in de tijd dat Petipa en andere choeografen aan de lopende band nieuwe voorstellingen en revivals maakten. Sleeping Beauty moet er meteen al uit hebben gezien als het stuk waar de klassieke vorm naar zijn top werd gestuwd. Een artistiek compendium. Na het maagdelijke Sleeping Beauty maakte Petipa nog het broeierige Raymonda, een marathon die alleen de sterkste danseressen aankunnen. En toen was het afgelopen met Petipa, die een laatste voorstelling maakte met een spiegelende achterwand - een slecht idee dat zijn tijd ver vooruit was.
Sindsdien heeft Sleeping Beauty de statuur van een heilige tekst gekregen. Het zwanenmeer mag het populairste ballet zijn, zowel voor het publiek als voor danseressen die van Odile en Odette dromen, maar Sleeping Beauty is het ballet waarvan de instandhouding van het genre meermalen heeft afgehangen, zeker in het westen. Zo bracht de beroemde impressario Sergei Diaghilev in 1921 de eerste grote opvoering van Sleeping Beauty in het westen, in Londen, onder de titel The Sleeping Princess. Nadat Diaghilevs Ballets Russes tien jaar achter elkaar steeds maar nieuwe producties op de planken had gezet, wilde Diaghilev met Sleeping Beauty terug naar de bron. De roes die hij en Benois in 1890 hadden ondergaan. En er was ook een economisch motief. Keer op keer moest Diaghilev van het faillisement worden gered door de rijke dames van de Parijse gratin die we ook kennen uit Prousts A la Recherche du Temps Perdu.
Met The Sleeping Princess hoopte Diaghilev een succes te creëeren dat hem meerdere seizoenen van inkomsten zou voorzien. De muziek werd gerearrangeerd door Stravinsky, de decors waren van Bakst, er werden vier grote ballerina’s ingezet voor Aurora, waaronder Ljubov Egorova bij wie Sonja Gaskell nog in de leer zou gaan, maar uiteindelijk bleken de kosten zo hoog dat honderd voorstellingen achter elkaar nog niet genoeg waren om Diaghilev te redden. Na verloop van tijd kwam er gewoon geen publiek meer.
Het was het moment dat Diaghilev inzag dat er geen toekomst was voor de Ballets Russes, een wisselend gezelschap, altijd reizend om het publiek op te zoeken, met wagonladingen kostuums en decors. Alleen met permanente steun van koning of overheid kon je op Diaghilevs niveau werken.
Toch was Londen het westelijk front waar Sleeping Beauty zou doorbreken. Tien jaar nadat Diaghilev in 1929 aan een verwaarloosde suikerziekte was overleden, ensceneerde Ninette de Valois, een van de ‘gehoorzame Engelse meisjes’ in de Ballets Russes, een opvoering van Sleeping Beauty voor het gezelschap dat uiteindelijk het Royal Ballet zou worden. Naarmate de oorlog zich verhevigde trok ballet meer publiek, en tegen de tijd dat de oorlog voorbij was, werd het ballet gezien als één van de symbolen van de Britse onverzettelijkheid. Toen het Royal Ballet in de herfst van 1949 voor het eerst naar Amerika ging, was de ontvangst extatisch. De grote danseres was Margot Fonteyn en het grote ballet was Sleeping Beauty, compleet met een ingelaste wilde dans voor ‘de drie Ivans’.
Een deel van de hysterie rond Fonteyn, Sleeping Beauty en het Royal Ballet had vermoedelijk te maken met de moeite die sommige critici hadden met het abstracte ballet dat Balanchine in New York propageerde. Maar uiteindelijk droeg het succes van de Britse Sleeping Beauty bij tot de ballet boom die tot de jaren tachtig duurde en ook Balanchine ten goede kwam.
Sleeping Beauty in Nederland
De eerste keer dat in ons land een avondvullende De schone slaapster werd opgevoerd was pas in februari 1968, bij Het Nationale Ballet. De opvoering ging met grote conflicten gepaard tussen traditionalisten en vernieuwers binnen het gezelschap. Sonia Gaskell had de Poolse choreograaf Drzewiecki opdracht gegeven voor een hedendaagse Sleeping Beauty. Ze kreeg alleen spijt toen ze zag hoe zo’n voorstelling eruit zou zien. Nadat ze op karakteristieke wijze het veld had geruimd - ze ging ‘ziek’ in Parijs zitten - sloot Rudi van Dantzig een compromis. Het Rozenadagio en de grote pas-de-deux in de finale werden op traditionele leest geschoeid, en dan mocht Drzewiecki in de rest van de voorstelling zijn gang gaan. De premiere was geen succes en deze Schone Slaapster werd snel van het repertoire afgevoerd.
Bij nader inzien is het niet moeilijk vast te stellen dat we het in de eerste plaats aan Rudi van Dantzig te danken hebben dat er in ons land een traditie van groot klassiek ballet is ontstaan. Zijn Romeo en Julia (1967) wordt nog steeds met veel succes opgevoerd, evenals zijn versie van Het zwanenmeer (1988) waarmee het Muziektheater werd ingewijd. En hij zorgde ervoor dat vier jaar na het eerste fiasco een nieuwe De schone slaapster werd ingestudeerd, gebaseerd op de versie van Bronislava Nijinska uit 1960. Alexandra Radius en Han Ebbelaar waren prinses en prins in de eerste cast en Olga de Haas danste prinses Florine. In veel kritieken werd aangetekend dat dit ballet eigenlijk nog te hoog gegrepen was voor een Nederlands gezelschap, al kan zulke kritiek ook hebben gelegen aan een vooroordeel tegen klassiek ballet. De meeste lof gold de in het Oostblok opgeleide Sonia Marchiolli in de rol van de Seringenfee.
De huidige versie van Peter Wright is ongetwijfeld de meest succesvolle. Na de Nederlandse premiere in 1981 is The Sleeping Beauty al tien keer geprolongeerd. Toch begint de voorstelling enige sleetsheid te vertonen. Iedereen is het erover eens dat het een ‘splendiferous’ spektakel is, tot je er een keer met nuchtere ogen naar kijkt en je gaat afvragen waarom alles in de proloog er zo grauw uitziet, met veel bruin en zwart. In de meeste versies hebben de verschillende feeën hun eigen kleur; Wright’s feeën zien er allemaal hetzelfde uit, behalve de Seringenfee, en die heeft haar majestueuze wals aan een onbekende fee moeten afstaan.
Toch ketst elke kritiek af op deze The Sleeping Beauty, want Wright heeft de tijd aan zijn kant. Als een gezelschap al een nieuwe, klassieke versie van Sleeping Beauty wilde opzetten, zou zo’n voornemen stranden op de kosten. Bovendien is er geen choreograaf meer die zo’n taak zou aankunnen. Ironisch genoeg is de enige nieuwe Sleeping Beauty van de laatste tien jaar een prachtige, historisch verantwoorde reconstructie van de oorspronkelijke versie van 1890, die in 1999 in het Marijinski-theater ten doop werd gehouden, gesponsord door de nieuwe weelde van Russische gasbaronnen en oud geld uit Amerika.
En nog ironischer is er sedertdien veel gemor onder het publiek dat eigenlijk liever de oude, vertrouwde Sovjetversie ziet, van Joeri Grigorovich, die al sinds 1963 in verschillende incarnaties de Bolsjoi-standaard is geweest die ook in veel satellietstaten in het Oostblok werd overgenomen. Alleen in Petersburg bestond een andere versie, die wij kennen van de dvd met Larissa Lezhnina in de hoofdrol - opgenomen op een Amerikaanse toernee van het Kirov-Marijinski-ballet, met gruwelijke reisdecors.
Sleeping Beauty in 2007
Veel balletregistraties schieten hun doel voorbij doordat ze een beroemde solist in een beroemde rol vastleggen op het moment dat de danser al over zijn top heen is. Een dodelijk vermoeide Natalia Bessmertnova in Raymonda, Ekaterina Maximova in de Bolsjoi-versie van de Notenkraker, de lijst is oneindig. Het grappige van de Sleeping Beauty met Larissa Lezhnina is dat de soliste hier nu eens te jong is. Lezhnina heeft Aurora beter gedanst toen ze eenmaal was verhuisd naar Amsterdam. Voor de dvd-opnamen van de Amsterdamse Sleeping Beauty werd echter een andere soliste gecast.
Sofiane Sylve was op de top van haar kunnen toen ze in december 2003 Sleeping Beauty danste. Het is alleen de vraag of je dat er meteen vanaf moet zien in een rol als Aurora. Voor puristen - en Beauty is een ballet voor puristen - is Sylve’s interpretatie te atletisch. Haar Aurora hoeft de vier jonkers van het Rozenadagio maar te zien en ze verandert in een powergirl. Toch heeft Sylve haar intuïtie op alle details van de choreografie losgelaten. Zelfs in de manier waarop ze naar haar tenen kijkt, zien we de euforie van een meisje dat haar lichaam verkent.
Eén element dat uiteindelijk ontbrak aan Sylve’s interpretatie was structurele richting. Het hoogtepunt lag in het eerste bedrijf. De rest was extra. Daarom zijn meer idiomatische interpretaties uiteindelijk meer bevredigend, zoals de haarzuivere, ballerina-achtige Aurora van de Litouwse HNB-soliste Ruta Jezerskyte, of die van HNB’s nieuwe soliste, Anna Tsygankova die in december 2007 debuteerde in deze rol.
 Eerder in 2007 had Tsygankova indruk gemaakt met haar Romeo en Julia. Tsygankova is geboren in Siberië, heeft vijf jaar bij het Bolsjoi gedanst en is via het Hongaarse Staatsballet naar Amsterdam gekomen. Bij de Hongaren had ik haar al zien debuteren in een rommelige Coppelía met decors uit het jaar nul. Ook Van Dantzigs Romeo en Julia gaat al decennia mee, maar dat is er niet aan af te zien. De choreografie laat geen centimeter plaats voor routine. In de Julia-rol zit geen moment dat je met je techniek kunt imponeren. Alles staat ten dienste van de dramatiek, die in de eerste plaats natuurlijk moet ogen. Het was verrassend hoe Tsygankova, ondanks haar Bolsjoi-achtergrond, nooit haar hand overspeelde. Haar Julia was subtiel en bijna klassiek. Niet zoals Van Dantzig het had bedoeld, zou je denken, maar het bleek dat de choreograaf haar Julia ‘de mooiste in jaren’ vond.
Aurora is net als Julia een jong meisje, maar verder zijn de rollen elkaars tegenpolen. In Sleeping Beauty komt alles uit de dans. Ook hier was Tsygankova indrukwekkend, want zij is een danseres met verbeelding die een duidelijke verhaallijn aanbrengt in de drie bedrijven. In het Rozenadagio legde ze niet meteen al haar kaarten op tafel. Haar jarige Aurora was lichtvoetig en soms wat koket. Eindelijk eens een Aurora die er voor kiest de bloemen rustig aan haar moeder te overhandigen, terwijl die traditioneel op de grond terechtkomen. Ondertussen was Tsygankova's spitzenwerk zo sterk dat ze voor de laatste reeks draaien en attitude - het make-or-break moment in Sleeping Beauty - nog genoeg puf had voor een speelse blik over haar schouder richting zaal. Daar moet je mee uitkijken, want ballet is geen goochelen, maar het gaf wel aan dat voor Tsygankova het zwaartepunt pas na het eerste bedrijf kwam.
Haar Visioenscène neigde naar Het zwanenmeer, zonder echt tragisch te worden, want de goede afloop is gegarandeerd. Veel danseressen gooien in de treurige variatie op de hobosolo al snel hun benen omhoog, maar Tsygankova bouwde dit langzaam op en ging nooit te ver. In de scene met de prins en de kus bracht Tsygankova opnieuw een veelzeggend detail aan: ze werd wakker en raakte haar lippen aan, want misschien was het maar een droom geweest. (Dit gebaar is sedertdien door andere Aurora's overgenomen.) In de finale liet Tsygankova zien waar ze met Aurora naartoe wilde. Ze straalde niet alleen omdat het haar trouwdag is, maar ook omdat ze had geleerd een voorbeeld te nemen aan de Seringenfee. Terwijl ze op de tenen over wolkjes trombone trad, omhelsde ze de harmonie. En we zagen dat zelfs een visduik er nog muzikaal uit kan zien.
Het Nationale Ballet haalt The Sleeping Beauty elke vier jaar van stal. Daardoor laat dit ballet ook zien hoe het gezelschap er voor staat. Bij de eerste voorstelling die ik dit jaar zag haalde het corps en veel van de demi-solisten het peil van 2003 niet. Een half dozijn voorstellingen later liep de voorstelling veel beter, al bleven er feeën met problemen. Er is de afgelopen jaren veel verloop geweest in het corps, en het collectief geheugen krimpt. Er waren veel corpsleden die voor het eerst in The Sleeping Beauty stonden, en dat was eerst te zien. Ook lijdt HNB aan een tekort aan dansers die het danseur noble ideaal benaderen. Prinsen. Zo werd Tsygankova gepartnerd door Casey Herd die uit San Francisco was ingevlogen, en er was nog een andere importprins. Omgekeerd valt het moeilijk te begrijpen dat Marisa Lopez een van de zes gecaste Aurora’s was. Lopez is een goede Balanchine danseres en vaak briljant in hedendaags werk, maar ze heeft weinig gevoel voor de stijl van Petipa. Natasja Lucassen debuteerde als een beeldschone Seringenfee. Onder leiding van Ermanno Florio klonk het Holland Symfonia rauwer en mooier dan vier jaar terug, vooral in het koper. Het was een goed teken dat HNB niet weer een decembermaand vulde met Notenkraker & Muizenkoning, maar deze reeks Sleeping Beauties laat wel zien dat het werk van dansmeesters en dansers nooit is volbracht.
|