NON-FICTIE

John Updike's laatste roman ()
Soms heb je je er al helemaal mee verzoend dat een schrijver op zijn retour is, en dan komt hij terug met een geweldig boek. John Updike had sinds Toward the End of Time, elf jaar geleden, eigenlijk geen goede roman meer geschreven. Zijn omvangrijke oevre groeide in deze jaren vooral dankzij bundelingen van oud materiaal: verhalen (het magnifieke The Early Stories 1953 – 1975) en essays op verschillende terreinen, want Updike heeft zoveel pannetjes op het vuur staan dat er bijna ieder jaar wel een nieuwe titel uitkomt. Dat is een kwestie van simpele winkelnering. Het werkt alleen niet zo goed wanneer een neergaande lijn zich gaat aftekenen.
  
Met zijn nieuwe roman, The Widows of Eastwick, werpt Updike opeens een troef op de stapel boeken die hij sinds pensioengerechtigde leeftijd heeft geschreven. Anders dan in Updike’s vorige romans wordt The Widows voortgedreven door een aandrang die je geen rust geeft voordat het boek uit is.
  
The Widows of Eastwick is, na twee dozijn jaren, het vervolg op The Witches of Eastwick (1984). Iedereen is het erover eens dat de verfilming van het eerste boek, ondanks een sensationele cast (Jack Nicholson, Susan Sarandon, Michelle Pfeiffer en Cher), geen recht deed aan Updike’s intenties. Alleen staat het nog steeds niet vast wat we van The Witches of Eastwick moeten vinden. Naar eigen zeggen schreef Updike deze roman als reactie op de kritiek dat zijn vrouwelijke personages weinig voorstelden. Daarom kroop hij voor The Witches of Eastwick in de huid van drie sterke vrouwen.

Het vreemde was alleen dat deze roman zo’n vijandig beeld gaf van de vrouw. Updike’s witches zijn manipulatieve, destructieve en seksbeluste dwazen. Wie de roman nu herleest ziet dat Updike’s dames eerder de belichaming zijn van een natte droom dan van een feministisch ideaal. Wanneer een van hen in haar moestuintje een paar tomaten plukt moet ze al aan seks denken  -  zulke sappige ballen!  -  en zo gaat het maar door. The Witches of Eastwick is een roman uit de tijd dat de seksuele revolutie nog navonkte in de literatuur, en weinig schrijvers waren zo gul met seksscenes als John Updike. Het is ook de roman waar de schrijver zo zeker is van zijn kunnen dat hij balanceert op de rand van zelf-parodie en virtuositeit om de virtuositeit.

In het vervolg, The Widows of Eastwick, is de toon aanmerkelijk nuchterder. Na het schuimende proza van The Witches lijkt The Widows soms op een gezellige, vrouwelijke variant van Rabbit at Rest. Als The Witches over eros gaat, dan gaat The Widows over de dood. De drie dames zijn inmiddels rond de zeventig jaar. Sadder en wiser hebben ze wel wat anders aan hun hoofd dan seks. De tweede echtgenoten die ze voor zichzelf uit de hoge hoed hadden getoverd om voor de oude dag te zorgen, hebben inmiddels het loodje gelegd en de dames staan er alleen voor. Alexandra is naar het Zuidwesten teruggegaan waar ze al dan niet authentiek aardewerk verkoopt. Sukie schrijft goedkope damesromannetjes. Jane, de celliste, hoeft niets te doen want haar man heeft haar een vermogen nagelaten (en zijn honderjarige moeder). Na zoveel jaren zijn ze flink uit elkaar gegroeid, maar hoe gaat het als je eenmaal samen in een roman (en een film) hebt gezeten? Een paar brieven en telefoontjes en de oude band is hersteld.

The Widows of Eastwick begint aarzelend, met wat reisjes die de weduwen maken. De Canadese Rockies, de piramiden en de Chinese muur. Prachtige beknopte beschrijvingen, maar de verdenking blijft dat de schrijver een soort literaire versie weggeeft van zijn vakantiekiekjes. In een Nederlandse roman hadden we er zeker van kunnen zijn dat achterin een dankwoordje stond voor de reisbeurzen. Een schrijver van Updike’s internationale statuur heeft geen reisbeurzen nodig, maar de reisjes van de weduwen herinneren ons er wel aan dat Updike debuteerde in een tijd dat de literatuur weinig concurrentie ondervond van andere bronnen.

Een lezer van nu gaat zich na een paar pagina’s in het museum van de farao’s afvragen of hij die beelden niet beter op het internet kan opzoeken zodat hij ze met eigen ogen kan bekijken. Maar na verloop van tijd blijkt dat Updike ons niet zomaar leidt langs al die verschrompelde mummies en het graf van Mao, ‘overdekt met zoveel schmink dat het elke willekeurige Chinees had kunnen zijn.’ Zonder ook maar een moment morbide te worden is The Widows of Eastwick een boek waar de dood nooit ver weg is. De weduwen moeten wennen aan de gedachte dat het leven een einde heeft.

Dit gaan ze pas goed onder ogen zien wanneer ze terugkeren naar het toneel van hun prime crimes, in het kustplaatsje Eastwick, waar ze dertig jaar eerder zich zo spectaculair hadden misdragen. Veel van de mannen die ze destijds hadden verleid, zijn allang overleden, en niemand is blij de dames terug te zien. De drie weduwen hebben, bij wijze van zomervakantie, een optrekje gehuurd in wat vroeger het luxueuze huis was van Daryll van Horne, de man die zich in The Witches of Eastwick ontpopte als de duivel. Het voorname huis is opgesplitst in apartementjes en de rest van Eastwick heeft ook veel van zijn karakter verloren. Alles is gladgestreken. En dan het publiek dat er woont!

‘Afgetrainde moeders die hun zwaarlijvige kinderen in zwaarlijvige jeeps naar hockey rijden. Jonge vaders die als gecastreerde watjes het vrouwtje helpen in de huishouding en de hele zaterdag bezig zijn met karweitjes rond het huis. Je vraagt je af hoe ze genoeg hebben kunnen neuken om die kostbare kinderen de wereld in te brengen, maar waarschijnlijk zijn het allemaal reageerbuisbaby’s.’

Je kunt wel als meisje zijn geboren, maar dat wil niet zeggen dat je alles altijd door een roze bril moet zien. De weduwen klinken soms als een vrouwelijke versie  van Rabbit, die zijn humeur ook niet onder stoelen of banken stak. Niemand is blij met de terugkeer van de dames, want door hun toverkunsten verloor een meisje uit Eastwick haar leven. Ze zijn nog maar net aan de kust neergestreken of Jane wordt ziek. Iemand met wraakzuchtige herinneringen heeft kanker op haar afgestuurd. De enige manier waarop ze kan worden gered is als de dames weer de handen ineenslaan en hun toverkrachten oproepen. Witte magie. Maar zwarte magie is gewoon krachtiger. In een scène die zo in een film kan (behalve dat de weduwen zich hebben uitgekleed ter verhoging van de magie) stort Jane bloed sproeiend neer, en niemand kan haar weer doen herleven.

Wanneer even later Alexandra zich ook niet honderd procent voelt, lijkt het maar een kwestie van tijd of de drie weduwen zijn met hun eigen wapens verslagen. Het enige tovermiddel dat Sukie kan verzinnen is de liefde. Zij verleidt de vijand. Dit levert een van de mooiste bedscenes op in Updike’s oeuvre. Louter dialoog. Een vrouw van achterin de zestig en een man die liever jongens heeft. Ga er maar aan staan.

The Widows of Eastwick laat zien dat Updike nog steeds nieuw terrein opzoekt. Het is jaren geleden dat ik benieuwd was naar deze schrijver, maar in The Widows of Eastwick opent Updike weer een uniek venster op de menselijke geest.